Terug
chimaeras1

De terugkeer van de Chimaera's

46 jaar lang waren de 3500 kilo zware bewakers van De Utrecht in een diepe winterslaap. Maar vanaf vandaag zijn de Chimaera’s eindelijk weer terug en in volle glorie te bewonderen. Op bijna dezelfde plek waar ze ooit vertrokken.

Tot 1974 stonden de stenen beelden nog fier bovenop het Jugendstil-gebouw De Utrecht, maar nu hebben ze een nieuwe taak: het bewaken van de nieuwe bewonersingang van Hoog Catharijne aan de Smakkelaarskade.

 

Chimaera

Een Chimaera is een fabelachtig monster samengesteld uit delen van meerdere beesten. In 1902 werden de beelden op de Leidseweg (nu het Smakkelaarsveld) geplaatst, bovenop het gebouw De Utrecht. 70 jaar later werd het prachtige Jugendstil-gebouw van de verzekeringsmaatschappij onder hun voeten gesloopt. Tot verdriet van veel Utrechters.

De beelden bleven gelukkig wel bewaard in een depot van het Centraal Museum. De gemeente Utrecht heeft ze in een samenwerking met het Centraal Museum laten afstoffen en voor restauratie naar Rotterdam gestuurd. Klépierre zag het vervolgens wel zitten om ze hun eigen plekje weer terug te geven op het dak van Hoog Catharijne.

 

Geschiedenis

Op woensdag 5 augustus zijn ze op hun ‘oude’ plek gehesen. Hiermee komt er een stukje verloren geschiedenis terug in de stad. Ook een gegraveerde steen met uitleg over de beelden en een banier verwijzen naar de bijzondere historie van deze plek.

De Chimaera’s staan trouwens ook in de toekomst in de schijnwerpers, want in de avonduren worden ze tot 23.00 uur verlicht. Zo blijven ze voortaan elke avond wakker en weet iedereen dat ze er weer zijn.

 

DE EEUWIGHEID VOORLOPIG

Zich te verzekeren

van voldoende licht en lucht

is de hoofdzaak van het bestaan

voor chimaera's in Utrecht;

met hun leven kan het in een vloek

en een zucht zijn gedaan.

 

Zo is het ook in '74 gegaan:

de afbraak van hun standplaats

trok toen heel wat bekijks. Zij waren

al gevlogen, hun stenen lijven

 

bogen nederig de koppen voor wat

door bestuurders vooruitgang was

gaan heten. Zij waren hierin

 

overbodig. In vergeten depots

trokken anonieme jaren ongezien

aan hen voorbij. Het was ook

altijd 'De Utrecht', nooit zij.

 

Nu wel. Helemaal spic en span

zijn zij niet weer van plan de plaat

te moeten poetsen: heel Utrecht

moge vergaan – zij blijven staan

 

en zien het aan, althans voorlopig.

 

Ruben van Gogh

Gildemeester Utrechts Stadsdichtersgilde